Het lijken er echt maar twee te zijn daar op dat Boomvalkennest in Den Haag. Zo te zien bijna klaar om eruit te stappen. We houden ze in de gaten!

De Boomvalken in Meijendel waren duidelijk wat jaloers op de aandacht die de andere twee regionale koppels de laatste dagen van mij kregen. Daarom deden zij vanmiddag hun uiterste best om ook op de foto te komen.

Vanaf de Meijendelse Berg - die uitkijkt over de Violendel en op de Prinsenberg - had ik er een prachtig zicht op en een kwam er zelfs voor deze speciale gelegenheid recht over mij heen vliegen. Hij staat erop (de laatste foto uit de diaserie)!

Wat mij trouwens wél achter de computer opviel is dat het tweede exemplaar dat ten tonele verscheen een opvallend licht voorhoofd had. Zo afwijkend dat ik mij afvraag of het echt wel een Boomvalk is.

Wie het weet mag het zeggen! Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Op elke verjaardag kreeg je het vroeger te horen: 'Wat ben jíj groot geworden zeg!" Daar dacht ik aan toen ik op Arno's advies toch maar even bij de Boomvalken ging kijken. Waren er donderdag 1 augustus alleen nog donsjongen te zien; nu stond er een 'bijna takkeling' op het nest. Wat gaat dat snel. Nog even en het vliegt. Spannend!

Hierna hebben Arno en ik in de Nieuwe Scheveningse Bosjes nog gezocht naar een andere Boomvalk, want iemand had er daar een gehoord. Nou, geen Boomvalk, maar wel drie jonge Sperwers. Ook leuk. En toen .....

's Middags werden wij (nu Piet en ik) op Lentevreugd getrakteerd op een meer dan anderhalf uur durende show van een - en tijdens een prooi-overdracht zelfs van twee - Boomvalken. Wat ver weg voor het mooi, maar toch leuk genoeg om te laten zien, toch?

Hopelijk leeft deze jonge Zilvermeeuw nog lang en gelukkig, maar dat heeft dan niet aan de vanger gelegen. Het zat zo:

Ik zag tussen de blokken op het Noordelijk Havenhoofd een meeuw spartelen. Hij bleek het kunstvisje gepikt te hebben waarmee een jeugdige visser aan het 'werphengelen' was. Het beest raakte geheel verward en de jongeling knipte uiteindelijk de lijn door. Het beest dreef af en kon niets meer. Toen hij teruggedreven was tussen de blokken vroeg ik het vissertje hem ertussenuit te halen, zodat ik hem konden ontwarren. Hij weigerde dat onder het motto: Er gaan duizenden meeuwen dood.

Ik ben daarop wat andere vissers langsgegaan om te kijken of een van hen bereid was naar beneden te klauteren, doch mis evenwel. Een toerist belde daarop op mijn verzoek de Dierenambulance. Zij zouden komen, maar in de tussentijd kwamen er wat verse vissers aanlopen waarvan er een onmiddellijk bereid bleek te helpen. Op zijn slippers huppelde hij de blokken af, greep het beest bij de kladden, kreeg een haal over zijn gezicht, maar wist hem uiteindelijk met zijn nagelknippertje te bevrijden. Zij (de meeuw en zijn redder) leven hopelijk nog lang en gelukkig.

En het loze vissertje? Dat was inmiddels het boze vissertje geworden omdat hij zijn 'plug' (het kunstvisje dus) niet terugkreeg; kan je nagaan, zelf de lijn kappen, niet willen redden en dan nog praatjes hebben ook. Billenkoek moest hij hebben!

Ingrid maakte, naast bovenstaand fotoverslag van de redding, zich boos op het manneke en zijn vriendjes en sprak hen aan. Geen succes. Als 'oud wijf' kon zij inpakken en wegwezen. Waar moet dat heen!

Maar gelukkig zijn er ook nog bloklopende 'helden'. Het zal dus wel loslopen.

Alsof we terug waren bij de Zusterflat aan de Leyweg. Alleen nu met Boomvalken in plaats van Slechtvalken en met een geverfde balkonbuis. Zo zag het plaatje er vanmorgen uit in de buurt van het Boomvalkennest. Hier het vrouwtje op de balkonrand, voldaan na het voeren en hieronder het mannetje - trots na het aanbrengen van de prooi - rustend op het randje van het dak.

Dat beloven nog mooie dagen te worden!

 

De jagende Boomvalk op Lentevreugd kwam vanmiddag helaas niet mooier op de foto dan zondag, dus die staat alleen op waarneming.nl en krijgt hier geen plekje. Volgende keer misschien weer.

Ik hoopte aan het einde van de middag op Lentevreugd een jagende Boomvalk te treffen. En het trof.

Om ongeveer kwart voor vijf verscheen er eentje die alle capriolen uithaalde die denkbaar zijn. Hij was ook zo vriendelijk om af en toe redelijk dichtbij te komen, zodat ik er ook wat bewijskiekjes van kon maken. Vooral het in de lucht verorberen van de vangst - nadat die was ontdaan van de vleugeltjes - was daarbij goed te zien. Een tref dus en ook zeker voor herhaling vatbaar en dan vroeger en mét het kanon.