Mijn bovenbuurman had het er gisteren over dat hij een Grutto op het strand had gezien. Grutto..dacht ik, zou hij geen Wulp bedoelen? Maar toen ik vanmorgen naast het Noordelijk Havenhoofd deze jonge Rosse Grutto zag, wist ik het weer. Rosse Grutto, uiteraard. Dus buurman, als je dit leest, je had (bijna) gelijk, kijk maar.

Het stormvogelachtige beestje was te ver weg voor de kiek. Even later kwam er echter een jager-achtige opdoemen die ik wél kon hebben. Ook nog niet écht dichtbij, maar gelukkig was vanaf de Pretpier goed te zien hoe hij zich op het strand ging staan te poetsen. Ik dacht: 'olieslachtoffer', maar wist het niet zeker. Ook Martin kon er met zijn telescoop geen chocola van maken; niet van de olie en niet van de soort. Toen maar richting strand gelopen in de hoop dat hij op mij wilde blijven wachten. Dat deed'ie. Bedankt!

Volgens de inmiddels door Martin geraadpleegde kenners is het op zeker een jonge (zeldzame) Kleinste Jager. Klik hier voor hun onderbouwing.

Gelukkig dat Don verstand heeft van springruiters, want daardoor was ik voorbereid. Volgens hem springen wel meer steltlopers op nadat zij zich uitgebreid hebben gepoetst en hebben gebaad. Je ziet het: het klopt. Alsof deze - uiterst zeldzame Kleine Geelpootruiter daarbij ook nog eens wil zeggen: 'Je wilde toch mijn gele poten zien? Nou, hier zijn ze!'

Met dank namens het hele bestuur.

Er staan er nog meer in dit Vogelalbum.

Deze jonge Sperwer is net zo afwachtend als ik. Zou de Kleine Geelpootruiter nog landen in dit geïnundeerde bollenlandje? Het zou zomaar kunnen, want vanmorgen zat hij nog in Oegstgeest. Lees Fred's waarneming maar even, dan begrijp je de clou wat beter.

(Zie verder ook nog mijn andere waarnemingen van vandaag.)

Kletsende vogelaars en steeds meer afhakers. Dat zag er niet goed uit daar in Ouddorp. Kennelijk was de jonge Roodpootvalk gevlogen.

En jawel, een half uurtje voordat ik arriveerde bleek het beest verjaagd te zijn door wat Torenvalkjes. Jammer maar helaas - dacht ik. Maar na een rondje rond het poldertje te hebben gereden was hij tegelijk met mij weer terug op zijn oude stek. Toen kon ik er in mijn eentje op los! De anderen waren inmiddels allemaal afgehaakt, inclusief de laatste die ik er zag en die kennelijk mijn gefluit en enthousiaste handgebaren niet begreep.

Eerst was het jong wat aan het jagen langs een wal parallel aan de weg om vervolgens weer een paar keer positie te kiezen op zijn vaste stoppelveld.

Na een tijdje kon ik daar mijn voorzichtige benaderingswijze ook nog eens geheel laten varen, want inmiddels waren er een kraanwagen met laadschep en een tractor met mestverspreider gearriveerd om op het stoppelveld de plaatselijke mesthoop te gaan uitrijden. We (er kwamen langzaam maar zeker drie eerdere afhakers terug) konden vanaf toen gewoon voor de mestkar uitlopen en klikken. Het beest zat nergens mee. Werd het toch nog een topdag, kijk maar!

Na de Toren-, de Slecht- en de Boomvalk mijn vierde valkensoort op rij. BLIJ!! (Een nieuwe soort voor mij trouwens, nr. 252.)

Ik heb op de Starrevaart mijn eerste - door Wouter van der Ham op 31 augustus j.l. ontdekte - Kleine Geelpootruiter gezien en gekiekt (soort 251). Althans dat beweren de kenners. Mijn fototoestel en ik konden er echter niet enthousiast van worden, dus het zal wel.

Beter ging het daarna met de Boomvalken in de stad. Wij zagen een prooioverdracht waarbij een volwassen en twee jonge vogels betrokken waren. Twee van de drie landden daarna in de nestboom, alwaar ik de volwassen vogel kon kieken. Kiek maar. Staat er herkenbaarder op dan die Kleine Geelpoot-rakker al zeg ik het zelf.