Steenbank

Ter compensatie van het ‘uitgevogeld’ zijn, pakte ik vandaag een oude hobby op, 'tugspotten', zoals dat vandaag de dag heet. En al op deze eerste dag van mijn switch, kwam ik een al bijna even oude ‘liefde’ tegen. Een voorteken?

Rotterdam

Wat wil je later worden? Brandweerman, piloot, dokter? Ik wist het wel. Ik zou sleepbootkapitein worden. Dat was waarschijnlijk een erfelijke afwijking. Mijn beide ouders kwamen namelijk uit de havenstad Rotterdam, waar mijn vader bovendien in zijn jonge jaren bij de Rotterdamsche Lloyd had gewerkt. Hoewel zij verhuisden naar Den Haag, bleef Rotterdam trekken. Niet alleen voor familiebezoeken, maar ook voor tripjes langs de havens. Hij regelde met zijn oude werkgever voor mij ook eens een bezoek aan hun vlaggenschip, de Willem Ruys. (Dat schip is inmiddels niet meer, maar gelukkig heb ik de foto’s nog.)
Ik kreeg daardoor de smaak zo te pakken dat ik in mijn jonge jaren zeer regelmatig in mijn eentje naar Rotterdam fietste om bootjes te gaan kijken in de buurt van de Parkkade. Dat was toen nog het domein van de havenslepers. Die zag ik daar dus vaak aan het werk. Geweldig!
Ik haalde elk boek uit de bibliotheek dat er maar iets mee te maken had. Van Hollands Glorie tot De Kapitein en van 20-Duims manilla tot Station Azoren.


Hoek van Holland & Ter Heyde

Dat was ook de periode dat ik regelmatig naar Hoek van Holland fietste. Ook bootjes kijken. Daar lagen toen de eerste Europoort-slepers. De zusterschepen Schouwenbank en Steenbank en van de concurrent de Azië en de Europa.
Ik kreeg het toen zelfs voor elkaar dat ik een keer aan boord van de Steenbank mocht rondkijken. Vanaf toen wist ik het zeker: sleepbootkapitein! 
Een andere voedingsbodem voor dat idee vormde de - op 24 november 1965 in Ter Heyde - gestrande PING AN, die later ter plekke zou worden gesloopt. Ik fietste er regelmatig naartoe.

 

Den Haag

Ik ben nooit verder gekomen dan de Zeeverkenners, want voordat ik naar de Zeevaartschool kon, kreeg ik een bril. Toen restte er nog maar twee functies, te weten marconist of machinist. Voor marconist bleek ik niet in wieg te zijn gelegd en machinist? Nou nee, dank u. Mij te heet.
En hoewel een van mijn beroepskeuze-tests als advies opleverde ‘waterklerk’, werd het geen baantje in de scheepvaartsector, maar bij het Haagse hoofdkantoor van de ANWB. Daar had ik zicht op een functie bij het Bureau voor Watertoerisme, zodra dat naar Den Haag zou worden overgeplaatst. Kwam in de buurt, toch?

 

Maassluis

Maar nu terug naar vandaag. Toen ik dus voor het eerst weer naar sleepboten ging kijken, zag ik in de haven van Maassluis zowaar mijn oude liefde, de Steenbank. Geheel in de grijs/blauwtinten van de Belgische Zeemacht - alwaar hij zijn laatste dagen sleet als A950 Valcke - en onder de roest. Gered van de sloop en klaar voor een make-over tot Museumschip. Ook die dus in de herkansing. Een voorteken?

Wordt vast nog wel vervolgd.